Je kunt op verschillende manieren bij jezelf inchecken. Bijvoorbeeld door aandacht te besteden aan:
- Je gedachten: is het rustig in je hoofd of juist druk? Wat houdt je bezig?
- Je gevoelens: welke gevoelens merk je op en waar voel je die in je lichaam?
- Je lichaam: wat valt je op aan bijvoorbeeld je ademhaling, hartslag of spanning in je lichaam?
Het gaat niet om het vinden van een goed antwoord. Het gaat erom dat je jouw eigen signalen beter leert herkennen. Daarbij helpt het als je incheckt en opmerkt wat er gebeurt. Doe je dit regelmatig, dan kun je sneller opmerken wat voor jou normaal is en wanneer er iets verandert.
Misschien ontdek je bijvoorbeeld dat je ademhaling anders voelt als je gespannen bent. Of dat een vol hoofd samengaat met spanning in je schouders. Door zulke signalen te herkennen, kun je beter leren begrijpen wat bepaalde situaties met je doen.