Jouw natuurlijke voorkeur
Het eerste dat je moet weten: iedereen heeft een natuurlijke voorkeur. De ene persoon functioneert het beste aan het begin van de dag, de ander wordt pas in de avond actief. Dat hoort bij je biologische klok. Ze noemen dat ook wel jouw chronotype. Een goed dag- en nachtritme betekent dus niet dat je altijd om 22.00 uur in bed moet liggen. Vraag je vooral eens af: hoe ziet mijn dag eruit en past dat bij mijn lichaam? Een verstoord dag- en nachtritme gaat trouwens niet alleen over slapen. We zien regelmatig dat het overdag begint: als er weinig structuur is, mis je ankerpunten. Dan blijft je lijf als het ware “aan” staan, of zakt je energie juist weg. In de avond kan dat doorslaan naar spanning of piekeren.
Binnen onze begeleiding besteden we aandacht aan het ritme van de dag. Daar valt ook het dag-en nachtritme bij. Een verstoord ritme kan problemen geven in het dagelijks leven. Zoals het te laat komen op je werk, je niet kunnen concentreren tijdens het studeren of geen energie meer hebben om je huishouden te doen.
Schema’s maken om dit weer in balans te krijgen is een onderdeel van de oplossing, maar dan ben je er wat ons betreft nog niet. We kijken ook naar het waarom van een verstoord dag- en nachtritme. Zo kan het zijn dat je geen leuke daginvulling hebt, waardoor opstaan voor jou niet nuttig voelt. Ook kunnen stoffen in je brein, of het juist ontbreken van stoffen, ervoor zorgen dat je ritme verstoord is.
Angst en depressie kunnen zorgen voor een verlaagde activatie in het brein, waardoor opstaan bijna onmogelijk lijkt. Kijken naar de kern van het probleem draagt bij aan een langdurige oplossing. De kern van een probleem is niet meteen gevonden, waardoor het aanleren van externe strategieën een hele goede eerste stap kan zijn.